Ik heb een speciaal kleedje voor haar op mijn bureau. Als ik daar werk of een filmpje kijk op mijn computer, komt ze regelmatig bij me zitten. Soms op een paar centimeter afstand van mijn gezicht, maar ze heeft geleerd dat als ze op het kleedje gaat liggen, ze mijn aandacht krijgt. Good old Pavlov. Soms duurt het haar te lang en dan strekt ze haar poot uit. Althans dat denk ik: dat het haar om aandacht te doen is. Ik kan alleen maar gissen naar wat er in haar omgaat.
Met mijn werkscherm voor mijn neus, dacht ik aan hoe vaak ik dit als trainingsacteur meemaak in trainingen: de deelnemer vertelt me met welke gesprekssimulatie hij/zij aan de slag wil. Als ik vraag naar de rol die ik ga spelen, vertelt de deelnemer niet alleen wat hij/zij van me vindt en desgevraagd wat mijn gedrag is, maar ook wat mijn intenties zijn. In de meeste gevallen is dat niet gecheckt, maar een indruk. Er zijn dan ook niet zo veel mensen die in een gesprek toegeven: ik ga nu “ja” zeggen tegen deze afspraak, maar als ik wegga, doe ik het niet omdat ik er gewoon geen zin in heb.
Vooral gesprekken die niet lekker lopen of die herhaaldelijk terugkeren zonder het gewenste resultaat, zijn de gesprekken waar deelnemers in een training graag aan willen werken. En het zijn ook die gesprekken waarbij de deelnemers er vaak van overtuigd zijn dat de ander een niet zo gunstige intentie heeft. Zonder dat dit door de ander zo is uitgesproken (“Nee, dat zegt ze natuurlijk niet hardop!”)
Zeker in gesprekken die een patroon zijn geworden, gaat dat toeschrijven van een intentie nogal eens in de weg zitten. Eén van de tools van Chris Argyris c.s. die behulpzaam zijn om inzichtelijk te maken waarom dat is, is een kwadrant over wat je wel en niet weet en wel en niet ziet, waarin Argyris dit verheldert:
- Ik zie wel het gedrag van de ander (en vind daar wat van of voel daar direct iets bij, ook al weet ik niet precies waarom);
- Ik zie niet mijn eigen gedrag en wat het precies oproept bij anderen (tenzij ze me dat vertellen);
- Ik weet wel wat mijn eigen intenties zijn. (Dat is een innerlijk proces, niet zichtbaar voor anderen, al denken mensen vaak van wel.);
- Ik weet niet wat de intenties van de ander zijn. (Ik kan er een indruk van krijgen door gedrag dat ik zie, maar de kans is groot dat mijn interpretatie meer te maken heeft met mij dan met de ander. Ik weet het pas als ik de ander expliciet naar zijn of haar intentie vraag en een antwoord krijg.)
Het kwadrant geeft handvatten voor actie: er is informatie die je hebt en die je kunt delen (je eigen intenties, het gedrag van de ander) en er is informatie die je niet hebt en waarnaar je kunt informeren ( hoe je eigen gedrag overkomt en of dat overeenkomstig je intentie is, en wat de intentie van de ander is en of zijn/haar gedrag daar congruent mee is in jouw ogen.)
Nu vind ik het zó jammer dat mijn kat niet kan praten. Gelukkig verstaan we elkaar toch aardig.
#ontwerpjeleven #eerstehulpbijongewensteresultaten
